Glasvezel heeft in Vlaanderen financieel beter vooruitzicht dan Nederland
In dit artikel:
Proximus, Fiberklaar, Wyre en Telenet hebben in Vlaanderen definitieve overeenkomsten ondertekend om samen grootschalige gigabit-netwerken aan te leggen. In gebieden met gemiddelde tot lage bevolkingsdichtheid zullen Wyre en Fiberklaar gezamenlijk FTTH‑(glasvezel‑tot‑aan‑het‑huis)netwerken bouwen, waarna Proximus en Wyre elkaar – en hun wholesale‑klanten – wederzijds toegang verlenen. Voor de meest dunbevolkte zones wordt waar nodig een hybride glasvezel‑coax (HFC) oplossing ingezet, terwijl grote steden vooralsnog door de individuele operators apart worden ontsloten.
Doel van de samenwerking is snellere uitrol, hogere dekking en substantiële besparingen op civiele werken door te vermijden dat elke partij opnieuw straten moet openbreken. De Belgische mededingingsautoriteit (BCA) en toezichthouder BIPT houden toe dat die toegang open en niet‑discriminatoir blijft.
Het Vlaamse model staat in scherp contrast met Nederland, waar gebrek aan coördinatie heeft geleid tot versnippering en soms dubbele of driedubbele fysieke aansluitingen in woningen (naast bestaande Ziggo‑kabels), wat duurder en minder efficiënt is. Vlaanderen probeert hiermee een financieel duurzamer en praktischer pad naar brede gigabitverbindingen te kiezen.