Nederlanders tevreden over provider: overstapprikkel ook met kortingen onvoldoende
In dit artikel:
Een regulair internet- en tv-abonnement kost bij grote providers als KPN, Ziggo en Odido ongeveer 50 tot 60 euro per maand zodra tijdelijke acties zijn afgelopen. Voor een gemiddeld huishouden is dat circa 1 tot 1,5 procent van het besteedbare inkomen, maar voor iemand met een bijstandsuitkering van ongeveer 1.419 euro per maand loopt het aandeel op tot 3,6 à 4,1 procent. Dat bedrag moet bovendien worden betaald naast huur, energie, boodschappen en zorg. In 2024 leefde 4,2 procent van de particuliere huishoudens onder de armoedegrens, ongeveer 347.000 huishoudens.
Tegelijkertijd steken providers veel geld in tijdelijke welkomstaanbiedingen. Odido rekent nieuwe klanten bijvoorbeeld het eerste jaar 20 euro per maand, tegenover 51,50 euro daarna. Ook KPN, Ziggo en DELTA bieden kortingen of cadeaus. Daar profiteert echter maar een beperkte groep van: volgens de Consumentenbond stapte vorig jaar 9 procent van de consumenten daadwerkelijk over. Bij 79 procent van de vaste internetabonnementen is de eerste contractperiode al verstreken. Het grotere aantal consumenten dat volgens de ACM jaarlijks actie onderneemt, omvat ook klanten die alleen hun bestaande contract vernieuwen.
Daardoor betalen trouwe klanten vaak meer, terwijl nieuwe klanten worden gelokt. Volgens de Consumentenbond zijn abonnementen van klanten die sinds 2020 bij KPN, Odido of VodafoneZiggo zitten inmiddels 25 tot 30 procent duurder geworden. Wel zijn in dezelfde periode ook lonen en uitkeringen door inflatiecorrectie gestegen. De Consumentenbond pleit voor één reguliere prijs voor alle klanten na afloop van een actieperiode. Kleinere providers zoals TriNed en Freedom Internet hanteren al een vergelijkbaar model; de grote providers hebben dat vooralsnog afgewezen. Minder overstapkortingen kunnen de concurrentie verzwakken, maar een gematigder kortingsbeleid in combinatie met betere blijversprijzen zou volgens de analyse een eerlijker alternatief zijn.
Ook de ACM ziet dat klanten onvoldoende inzicht hebben in hun tarieven. De toezichthouder wil dat providers hen na afloop van het contract actiever informeren over goedkopere mogelijkheden. Een verbod op hogere prijzen voor bestaande klanten kan de ACM niet zelf invoeren; daarom heeft zij de wetgever gevraagd dit eventueel wettelijk vast te leggen.
Voor huishoudens met de laagste inkomens blijft zelfs een gelijke standaardprijs mogelijk te hoog. Het kabinet besloot eind 2025 geen landelijke regeling voor sociaal internet in te voeren en kiest voor lokale hulp en maatwerk. België kent sinds februari 2026 wel een sociaal tarief: maximaal 20 euro voor vast internet en 42 euro voor een combinatie met televisie. Een vergelijkbaar Nederlands tarief van 20 tot 25 euro zou het aandeel van internet in een bijstandsinkomen terugbrengen tot ongeveer 1,4 à 1,8 procent. Een Nederlands aanbod zou vanwege het hogere gebruiksniveau waarschijnlijk minstens 100 Mbit/s en onbeperkte data moeten bieden.
Veel consumenten stappen daarnaast niet over omdat zij tevreden zijn over snelheid en stabiliteit, de overstap ingewikkeld vinden of bang zijn voor praktische problemen. Een provider-e-mailadres kan na zes maanden vervallen of alleen tegen betaling behouden blijven. Ook moeten modems en tv-ontvangers soms worden teruggestuurd en kan een overstap van kabel naar glasvezel aanpassingen in de woning vereisen. Daardoor blijft loyaliteit voor veel klanten aantrekkelijk, maar leidt die nu vaak wel tot een hogere rekening.
Vandaag Inside: René van der Gijp onthult rekening van dierenarts: 'Serieus, echt waar!'