Radiozenders trekken stekker uit 'te duur' DAB+
In dit artikel:
Commerciële lokale radiozenders in Nederland vragen zich af of uitzending via het digitale DAB+-net nog rendabel is. Wettelijk mogen zij momenteel maximaal op drie aangrenzende lokale allotments met hetzelfde programma uitzenden; veel commerciële omroepen willen dat aantal verruimd naar bijvoorbeeld vijf of dat de aangrenzendheidseis verdwijnt. Het ministerie van Economische Zaken heeft zulke versoepelingen echter afgewezen uit vrees dat clusteren van vergunningen leidt tot ontstaan van commerciële regionale omroepen.
Naast deze begrenzing drukken hoge vaste lasten op de exploitatie: toezicht- en aansluitkosten aan het Commissariaat voor de Media (CvdM) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), en sterk stijgende jaarlijkse vergoedingen aan rechtenorganisaties (Buma/Stemra, Sena). Commerciële zenders wijzen ook naar de belangenvereniging NLPO; volgens hen zorgt de huidige kostentoedeling ervoor dat commerciële stations per maand bijna vier keer zoveel betalen voor dezelfde DAB+-bandbreedte als publieke lokale omroepen, waardoor hun lasten onevenredig hoger zijn.
Als direct gevolg hebben twee commerciële partijen hun lokale DAB+-uitzendingen in 2026 beëindigd. Soul Radio gaf vergunningen voor drie allotments terug aan RDI en is daarmee niet meer via DAB+ in Almere, Den Haag en Capelle aan den IJssel te horen. Radio4Brainpoort stopte met DAB+-uitzendingen in Eindhoven, maar blijft via AM en online bereikbaar. De ontwikkelingen illustreren dat zonder aanpassingen in regelgeving of kostenstructuur lokale commerciële exploitatie van DAB+ zwaar onder druk staat.