Waarom de ontvangst van DAB+ radio soms tegenvalt: de keerzijde van 'zenderproppen'

woensdag, 8 april 2026 (11:34) - Totaal TV

In dit artikel:

Klachten over matige ontvangst van digitale ether-radio (DAB+) komen vaker voor. In tegenstelling tot FM, waar het geluid geleidelijk vervaagt en ruis toeneemt naarmate het signaal zwakker wordt, werkt DAB+ volgens een alles-of-niets-principe: blijft het signaal boven een drempel, dan klinkt het kraakhelder; valt het daaronder, dan valt de uitzending abrupt weg (behalve in een zeer smalle overgangszone waarin haperingen hoorbaar zijn).

De kern van het probleem is beperkte bandbreedte. Op een DAB+-mux is tussen circa 864 en 1.152 kb/s beschikbaar, veel minder dan bij satelliet of kabel. Om veel zenders op één frequentie te proppen verlagen exploitanten vaak de foutcorrectie (Protection Levels). Dat vergroot de capaciteit voor extra stations, maar maakt het signaal ook minder tolerant voor storing: kleine interferenties leiden nu sneller tot volledig uitval in plaats van zachte ruis.

Dit speelt vooral bij bijna 60 lokale DAB+-netwerken in Nederland — met name rond Amsterdam, Den Haag en West-Brabant — waar de muxen bijna vol zijn geraakt. Ironisch genoeg houdt het commerciële succes van die netwerken de ontvangbaarheid juist klein: door meer zenders en minder foutcorrectie krimpt het effectieve dekkingsgebied, wat op termijn ook advertentie-inkomsten kan schaden.

Mogelijke oplossingsrichtingen (niet uitgebreid in het origineel genoemd) zijn: minder stations per mux of hogere bitrates/foutcorrectie, extra zendlokaties of beleidsmatige toewijzing van meer spectrum. Die keuzes vragen echter investeringen en afwegingen tussen bereik, kwaliteit en commerciële belangen.